Sneeuwkettingen

DUITSLAND

Kettingen moeten gemonteerd worden op de banden van de aangedreven as van het trekkende voertuig indien dit met een verkeersbord wordt voorgeschreven (regeling geld alleen voor voertuigen met meer dan twee wielen). De maximum snelheid mag maximaal 50 km/u bedragen. Op aanhangwagens zijn sneeuwkettingen toegelaten wanneer het trekkende voertuig ermee is uitgerust.

DENEMARKEN

Het gebruik van sneeuwkettingen is in Denemarken toegestaan.

FRANKRIJK

Het is niet verplicht sneeuwkettingen aan boord te hebben. Op besneeuwde wegen zijn kettingen toegestaan, ongeacht welke periode. Op sommige bergpassen zijn ze verplicht voor motorvoertuigen. Dit wordt aangegeven met het bord B26: ‘équipements spéciaux obligatoires’. Als het bord B26 vergezeld is van een onderbord met de vermelding:‘pneus à neige admis’, dan vervalt het verplichte gebruik van sneeuwkettingen voor voertuigen waarvan minstens twee wielen van de aandrijfas uitgerust zijn met winterbanden of banden met spikes. Het aantal kettingen is niet precies omschreven. Artikel 9 van het arrest van 18 juli 1985 luidt: ‘afneembare antislipsystemen moeten het vertrek, de besturing en de afremming van het voertuig garanderen’. Op de Franse toegangsweg naar de Mont-Blanc-tunnel is het verplicht om sneeuw- kettingen aan boord te hebben tussen 1 oktober en 30 april.

ITALIË

Het is niet verplicht kettingen aan boord van het voertuig te hebben, behalve in de Alpen (Vallei van Aosta), waar het verplicht is om kettingen aan boord te hebben tussen 15 oktober en 30 april. In de rest van Italië moet een voertuig uitgerust zijn met sneeuwkettingen (of rondom winterbanden) als dit wordt aangegeven met verkeersborden. Sneeuwkettingen dienen verplicht op de aandrijfas van het voertuig te worden gemonteerd.

OOSTENRIJK

Van 15 november tot en met 15 maart moeten voertuigen in de categorieën M2, M3, N2 en N3 verplicht twee sneeuwkettingen aan boord hebben ten behoeve van de
aandrijfas. Sneeuwkettingen moeten verplicht gemonteerd worden als dit door middel van een verkeersbord wordt voorgeschreven. Ook banden met spikes moeten dan van sneeuwkettingen worden voorzien. De kettingen moeten minstens op twee wielen van dezelfde aangedreven as gemonteerd worden en moeten voldoen aan de Oostenrijkse Ö-Norm V5117.Producten uit landen die lid zijn van de Europese unie die zijn voorzien van een cE-nummer, zijn ook toegelaten.

NOORWEGEN

Het gebruik van kettingen is verboden van de 1ste maandag die volgt op tweede paasdag tot 31 oktober, behalve wanneer de weersomstandigheden het vereisen in Nordland, Troms en Finnmark is het gebruik ervan verboden tussen 1 mei en 15 oktober. De autoriteiten kunnen uitzonderingen maken op deze regeling. Op een motorvoertuig met een totaalgewicht van 3,5 ton en hoger moeten minsten drie kettingen gemonteerd worden: één op een voorwiel en twee op de aangedreven as. Op de combinaties waarvan ieder element een GVW heeft van meer dan 3,5 ton en waarvan de aangedreven as is uitgerust met dubbele wielen, moeten minstens zeven kettingen aangebracht worden: één op een voorwiel, een op elk wiel van de aangedreven as en twee op de aanhangwagen. Als de aangedreven as is uitgerust met enkele banden of als men zich bedient van dubbele kettingen, volstaan vijf kettingen.

ZWEDEN

Als alternatief voor winterbanden mogen ook sneeuwkettingen (op alle banden) worden gemonteerd.

ZWITSERLAND

Het gebruik van sneeuwkettingen is verplicht op wegen die aangeduid zijn met een overeenkomstig verkeersbord. Er is geen periode gespecificeerd omdat in de Alpen zelfs in de zomer sneeuwval kan voorkomen. Minstens twee aangedreven wielen van dezelfde as of één aan iedere kant (als het gaat over dubbele wielen) moeten uitgerust zijn met metalen sneeuwkettingen of vergelijkbare systemen die gemaakt zijn van een ander materiaal, maar goedgekeurd door het Federale Agentschap van de Wegen (OSr Artikel 29).